woensdag 11 april 2012

Welvaart dwingt tot zelfontwikkeling

Heeft u uw 'passie' al gevonden? Of werkt u eerst aan 'een stukje authenticiteit'? Niemand ontkomt er tegenwoordig aan zichzelf te ontwikkelen. Of wordt het tijd om de handen uit de mouwen te steken en gewoon weer aan het werk te gaan?

Sinds het Persoonlijk Ontwikkelplan (POP) halverwege de jaren ’90 zijn intrede deed, is zelfontwikkeling een must. In een kenniseconomie ben je na je HBO of universitaire opleiding niet klaar, je moet blijven leren. Logisch, want functies veranderen en scholing maakt werknemers flexibel. Maar de afgelopen jaren lijken kennisgerichte opleidingen en seminars niet meer voldoende. We moeten ons als persoonlijkheid ontwikkelen, onze passie leren kennen en in onze ‘eigen kracht’ komen te staan. Talloze coaches en trainers werpen zich op om ons daarin te begeleiden. Maar levert het werkend Nederland echt wat op, of verdienen al die adviseurs hun geld vooral met gebakken lucht? Kijk eens naar landen met snel groeiende economieën als China, India of Rusland. Daar wordt niet naar persoonlijke authenticiteit gezocht, daar wordt keihard gewerkt!

Gedwongen zelfontwikkeling wordt bewijsdrang

“Zelfontwikkeling is altijd een drijfveer geweest, maar we hechten er tegenwoordig veel meer waarde aan”, zegt Joost Vanthoor van het Groei Atelier, gespecialiseerd in het coachen van 20’ers en 30’ers. “Dat we het nu belangrijker vinden hangt zeker samen met onze welvaart. Maar dat maakt het geen luxeprobleem. Veel 20’ers en 30’ers zouden gráág tevreden zijn met een ‘doorsnee’ negen tot vijf baan, maar er blijft wat bij ze knagen. Ze zijn opgegroeid in een wereld waarin in materieel opzicht alles er al is. De basisvoorwaarden waar in armere landen voor wordt gewerkt, zijn hier al geregeld. Deze generatie is bovendien opgevoed met het idee dat je je móet ontwikkelen en dat je al je capaciteiten moet benutten. Hóe je dat dan doet is voor veel mensen wel degelijk een reëel vraagstuk. Zelfs mensen die vanuit zichzelf niet zo’grote behoefte tot ontwikkeling in hun werk hebben, denken vaak dat het wel van ze wordt verwacht door hun ouders of door de maatschappij.”

Zelfontwikkeling is bittere noodzaak

Ook Jeroen van Eijnsbergen, arbeidspsycholoog bij Van Eijnsbergen en Partners, ziet de focus op zelfontwikkeling als een verschijnsel van deze tijd. “Zelfontwikkeling is bittere noodzaak. Het werkveld ontwikkelt zich in een razend tempo, medewerkers moeten zich voortdurend aanpassen. Wij zien regelmatig topmensen sneuvelen. Ze zijn inhoudelijk uitstekend in hun vak, maar kunnen zich niet handhaven op de werkvloer. De samenleving is zo gefixeerd geraakt op presteren. Iedereen moet alles kunnen. Kijk naar het Persoonlijk Ontwikkelplan (POP). Dat was bedoeld om te onderzoeken welke talenten de organisatie in huis heeft, en hoe die optimaal kunnen worden ingezet. Maar hoe wordt het gebruikt? De talenten noteren we maar laten we verder voor wat ze zijn. We leggen de nadruk op wat mensen niet goed kunnen en laten daar allerlei vaardigheidscursussen op los. Zwakke punten moeten sterke punten worden. Zo creëer je manusjes van alles: iedereen moet over dezelfde vaardigheden beschikken. We krijgen dus steeds meer verbreding in plaats van focus op talenten. Werknemers moeten zich aanpassen aan wat de omgeving belangrijk vindt en de uitdaging ligt in het hanteren van dit soms consumerende krachtenveld. Verkramping ontstaat, belastbaarheid en synergie verminderen. Als je je staande wil houden op de werkvloer, zul je heel goed je eigen identiteit moeten kennen. Je moet weten welke elementen je moet aanpassen en in hoeverre je die kán aanpassen. In de huidige bedrijfscultuur wordt je weerbaarheid en je aanpassingsflexibiliteit voortdurend op de proef gesteld, een eigen concrete strategie is dan essentieel.”

Zelfontwikkeling is onderdeel van het leven

Regi Melcherts, oprichter van Strategisch Coachen Groep, ziet zelfontwikkeling als iets van alle tijden. “Zelfontwikkeling is groeien, en groeien hoort bij leven. Denk aan de Samurai in Japan of aan Aziatische vechtsporten zoals judo. Zelfontwikkeling speelt daarbij een centrale rol. Je ziet wel dat zelfontwikkeling tegenwoordig breder leeft in de maatschappij. Groei betekent niet altijd ‘meer’. Je werk is niet beter omdat je een medisch specialist, advocaat of directeur bent, maar omdat je in je baan je eigen talenten zo goed mogelijk gebruikt. Groei is op maatschappelijk niveau ook transformatie: het veranderen van waarden, normen, zienswijzen, meningen en gedragingen. Het streven naar duurzaamheid is daar een mooi voorbeeld van.” Volgens Melcherts is het ‘heel Nederlands’ om zelfontwikkeling van mensen te eisen. “Je kunt het ze ook gunnen. Of als ze er zelf niet naar streven, ze het inzicht gunnen dat het prettig is om jezelf te ontwikkelen. Als werkgever heb je de rol om je medewerkers daarin te stimuleren.”

Barre tijden leiden tot snelle ontwikkeling

In hoeverre je mensen groeien heb je als werkgever niet in de hand, zegt Melcherts. “Het tempo waarin iemand groei kun je wel stimuleren maar niet afdwingen. En zelfs aan dat stimuleren zitten grenzen. Als je werknemers overlaadt met opleidingsprogramma’s of traineeships kunnen ze zelfs in hun groei worden geremd. “Mensen in een te comfortabele zone houden betekent dat ze groeien in een rijke omgeving. Terwijl groeien in een barre omgeving harder kan gaan. Kij bijvoorbeeld naar jonge artsen die een paar jaar in een ontwikkelingsland werken, zonder faciliteiten, die maken grote stappen in hun zelfontwikkeling.”

Melcherts gelooft dat iedereen kan groeien. Zelfs onderbetaalde werknemers in lage lonenlanden als India. “We laten ons vaak tegenhouden door onze eigen blokkerende overtuigingen. Waarom denk je dat circusdirecteuren een olifant gevangen kunnen houden met een dun koordje aan een paaltje? Toen die olifant als kleintje in het circus kwam, kon hij zich niet los trekken en deed zijn poot pijn. Als volwassen dier gelooft hij dat nog steeds, ook al is het al lang niet meer waar. Zo is het bij mensen ook. We geloven wat we in onze opvoeding en uit onze omgeving hebben meegekregen. Dat zijn elastiekjes uit het verleden die ons remmen. ”

Omgeving versus eigen drijfveren

Joost Vanthoor van het Groei Atelier bevestigt dat we ons vaak laten leiden door onze omgeving. “Mensen die gaan onderzoeken wat ze nou eigenlijk willen in hun carrière ontdekken vaak dat ze altijd hebben gedaan wat hun omgeving verlangde. Ik ken iemand die naast haar werk voortdurend bleef studeren, terwijl ze eigenlijk op zoek was naar een betere balans tussen werk en privé. Het blijven studeren kwam voort uit de overtuiging dat ze wat ‘moest’ doen met haar intelligentie, omdat haar ouders en de maatschappij dat zo wilden. Ik zie ook mensen zzp-er worden, in de hoop dat ze dan meer vrijheid en meer tijd voor hun gezin hebben. Maar juist als ondernemer is het keihard werken. Pas als je helder hebt wat je eigen waarden en drijfveren zijn, kun je bepalen hoe je je wilt ontwikkelen.”

Welvaart vraagt om zelfontwikkeling

Wie zich staande wil houden in het grimmige krachtenveld van het bedrijfsleven, zich los wil maken van de verwachtingen van de maatschappij, of zijn eigen blokkerende overtuigingen achter zich wil laten, zal dus wel degelijk moeten werken aan zelfontwikkeling. De huidige maatschappij is daarin keihard. Je kunt erover discussiëren of dat een goede zaak is, of dat we ons weer moeten richten op de individuele talenten van mensen in plaats van aan iedereen dezelfde (soms onmogelijke) eisen te stellen. Maar voor werknemers zit er voorlopig niets anders op dan deze barre tijden aan te grijpen om extra hard te groeien.


Bron: MT

dinsdag 10 april 2012

FNV Bondgenoten: Winnen met Leren in de handel zowel voor werknemers met vaste als tijdelijke contracten

Een dezer dagen valt bij 135 duizend werknemers in de handel de 'Winnen met Leren'-krant op de mat.

De krant is een onderdeel van de campagne die vakbond FNV Bondgenoten is gestart om werknemers de middelen te bieden zichzelf te ontwikkelen om hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten. Met behulp van de 'Ontdekcheque' kunnen werknemers - ongeacht het soort dienstverband - een opleiding, cursus, stage of ervaringscertificaat financieren tot maximaal 750 euro.

"Wat minister Kamp wil, doen wij al met 'Winnen met Leren'. Namelijk werknemers stimuleren om te investeren in zichzelf", zegt Hilde ter Doest, bestuurder FNV Bondgenoten en coördinator van Winnen met Leren. "Het is vrij bijzonder dat iedereen dus ook werknemers die nauwelijks toegang hebben tot scholing - zoals parttimers en/of mensen met een tijdelijk contract - in aanmerking komt voor een 'Ontdekcheque'."

Enige voorwaarden voor de 'Ontdekcheque' zijn dat iemand werkzaam is in de bloemen- en plantendetailhandel, mode- en sportdetailhandel of de gemengde branche. Bovendien moet de opleiding bijdragen aan de versteviging van iemands positie op de arbeidsmarkt.
Marc van Bruggen, bestuurder FNV Bondgenoten en coördinator van Winnen met Leren: "Het mooie is dat een werknemer zichzelf niet hoeft te beperken tot zijn eigen werk of branche. Juist door een opleiding te volgen buiten de eigen sector staat iemand sterker en is hij beter voorbereid op veranderingen van buitenaf."

Het belang van (bij)scholing en opleiding wordt al veel langer door de bond onderkend. FNV Bondgenoten vindt het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen en zo goed mogelijk aangesloten blijven op de arbeidsmarkt. Dat beaamt ook PvdA Kamerlid Mariëtte Hamer in de Winnen met Leren Krant. "Het is goed dat er nu een sector is die zelf initiatief neemt om over grenzen heen te leren. Iedereen heeft belang bij werknemers die zichzelf verbreden en ontplooien", aldus Hamer.

Ook de regering beseft het belang van het opleiden van werknemers. Dat bewijst de missie van minister Henk Kamp (Sociale Zaken). Hij wil met behulp van de campagne 'Duurzame inzetbaarheid' ervoor zorgen dat in 2020 iedere werknemer die daartoe in staat is zichzelf bijschoolt naast het werk. Om dit te bereiken is er maar liefst 4 miljoen euro beschikbaar gemaakt.

Bron: FNV

woensdag 4 april 2012

Bedrijven investeren onvoldoende in de integratie van nieuwe werknemers

Organisaties overschatten hoe enthousiast nieuwe werknemers zijn over hun nieuwe baan. Veel van hen twijfelen nog of ze wel op hun plek zijn bij de nieuwe werkgever.

71 procent van de pas aangenomen werknemers blijft nog doorzoeken naar een baan bij een ander bedrijf, blijkt uit onderzoek van StepStone onder 1481 bedrijven en 15.921 werknemers.

Toch zegt maar 40 procent van de ondervraagde bedrijven dat ze zich realiseren dat pas aangenomen medewerkers naar andere banen blijven zoeken. 58 procent van de werknemers kijkt nog steeds uit naar andere banen en 13 procent blijft zelfs doorsolliciteren op andere vacatures.


Goed opvangen

Bedrijven doen er dus verstandig aan om te zorgen dat nieuwkomers goed opgevangen worden, concludeert StepStone. Op deze manier verkleinen ze de kans dat nieuwe werknemers onmiddellijk weer vertrekken bij een andere aanbieding.


Onboarden

Dat is ook de conclusie van Daphne van den Broek, senior consultant en psycholoog bij Right Management. Bedrijven investeren onvoldoende in de integratie (‘onboarden’) van nieuwe werknemers. Ze onderschatten hoe belangrijk de inwerkperiode is voor de continuïteit in het personeelsbestand. Ruim zeven op de tien nieuwe werknemers zijn bij een slechte integratie geneigd naar ander werk uit te kijken. Dit stelt ze op basis van een inventarisatie van Right Management in de Benelux. Een goede integratie van nieuw personeel is tijdens de eerste drie maanden van groot belang voor het verdere verloop van hun carrière in de organisatie.


Informeel

Van den Broek: “De meeste nieuwkomers hebben voorafgaand aan de start van hun nieuwe baan slechts een paar mensen binnen het bedrijf ontmoet. Ze baseren zich volledig op de website en de reputatie van een bedrijf om de sfeer op de werkvloer in te schatten. De eerste drie maanden worden door de werkgever onvoldoende benut om de werknemer onderdeel te maken van de organisatie.” De inventarisatie toont aan dat in een derde van de gevallen er geen enkele vorm van onboarding was (formeel noch informeel). Dit leidde er toe dat 72 procent van de respondenten aangaf, bereid te zijn om opnieuw van baan te veranderen. In vier op de tien gevallen was er slechts een informeel onboardingproces, waardoor 50 procent van de nieuwkomers nog aangaf weer van werkgever te willen veranderen. Slechts drie op de tien bedrijven maken werk van een uitgebreid, formeel onboardingproces. In deze gevallen gaf nog maar 32 procent van de nieuwe personeelsleden aan op zoek te gaan naar een andere baan. Hoe formeler het integratieproces van nieuwe mensen binnen een organisatie, hoe langer ze in hun functie blijven. Wanneer een bedrijf voor een goede onboarding van zijn medewerkers zorgt, zijn deze minder geneigd om naar ander werk uit te kijken.


Bron: HR Praktijk

vrijdag 30 maart 2012

Grote verschillen in waardering klantenservice tussen diverse sectoren

Nederlanders geven de klantenservice van bedrijven gemiddeld een voldoende (een 6,0) als rapportcijfer. Dat blijkt uit het jaarlijkse klantenserviceonderzoek van Trinicom. De klantenservice van banken krijgt het hoogste waarderingscijfer van alle onderzochte branches: een 6,8. De klantenservice van telecombedrijven scoort het slechtst met een gemiddelde waardering van 4,8.

Het algemene rapportcijfer voor klantenservice in Nederland is ten opzichte van vorig jaar met een tiende punt gestegen naar 6,0. De waardering die respondenten aan de klantenservice geven, verschilt per branche. Zo scoren banken, de gezondheidszorg en de detailhandel dit jaar het hoogste: respectievelijk 6,8, 6,7 en 6,7. Telecombedrijven behalen de laagste score met gemiddeld een 4,8, internetproviders krijgen een 5,5 en nutsbedrijven een 5,7. Net als in 2010 blijkt ook nu het niet nakomen van toezeggingen gemiddeld het grootste irritatiepunt bij de respondenten, gevolgd door lange wachtrijen en het heen en weer gestuurd worden tussen afdelingen.

Binnen een dag reactie

Wanneer de respondenten de klantenservice benaderen met een klacht of een vraag, verwacht bijna 50 procent binnen een dag een reactie en twintig procent van alle respondenten zelfs binnen vier uur. Bij een suggestie of offerteaanvraag gaan de meeste respondenten uit van een langere reactietijd. De overgrote meerderheid van de respondenten vindt dat de klantenservice op werkdagen ook ’s avonds bereikbaar moet zijn. Bovendien wil ruim driekwart ook op zaterdag de klantenservice kunnen bereiken. 43 procent van alle respondenten zou graag zien dat klantenservices ook op zondagmiddag bereikbaar zijn.

Social media

Social media blijken een steeds grotere rol te gaan spelen, 80 procent van de ondervraagden vindt het belangrijk dat er op de website van de betreffende organisatie links naar Twitter, LinkedIn, YouTube of Facebook zijn opgenomen. Ook het belang van een online netwerk binnen de website is groot, vindt 65 procent van de ondervraagden. Hiernaast zijn ook een virtuele medewerker en een chat-mogelijkheid niet meer weg te denken bij een hoog gewaardeerde klantenservice; rond de 60 procent van de ondervraagden vindt deze communicatiekanalen van belang en 40 procent zou hier ook werkelijk gebruik van maken. Als een consument een vraag of klacht over een organisatie of product op een internetforum of via social media communiceert, verwacht niet iedereen hier ook daadwerkelijk een reactie op. 56 procent geeft aan een reactie te verwachten op een vraag en 62 procent op een klacht die op deze manier wordt geuit.


Werken aan uw klantgerichtheid?
IPV Opleiding & Training biedt diverse open en incompany trainingen op het gebied van klantgerichtheid aan! Bekijk het aanbod op onze website!

donderdag 29 maart 2012

Verzekeraars kunnen slag maken door in te spelen op klantverwachtingen

Een combinatie van veranderende klantverwachtingen, verder voortschrijdende technologie en andere communicatiemogelijkheden zorgen ervoor dat de verzekeringsindustrie te maken heeft met een veeleisende klant. In vergelijking met andere industrieën kan de verzekeringsindustrie op het gebied van service en de waardering van vaste klanten nog verbeterslagen maken.

Dit blijkt uit de Global Consumer Insurance Survey 2012 van Ernst & Young. Dit internationale verzekeringsonderzoek is uitgevoerd onder 24.000 verzekeringsklanten in 23 landen.

Klantgroepen
Jan Niewold, Sectorleider Verzekeringen: "De klantverwachtingen veranderen, zodoende moeten verzekeraars hierop blijven anticiperen. Ook de verschillen binnen de diverse klantgroepen (zoals jongeren, ouderen, zzp-ers) zijn aspecten waarop de verzekeraar zich zal moeten aanpassen. Uit het onderzoek blijkt verder dat op het gebied van informatie en service veel verbeteringen mogelijk zijn zoals: het hebben van één contactpersoon, online dienstverlening en eenvoudige, transparante communicatie over productinformatie en productrendement." De Nederlandse consument geeft zijn verzekeraar gemiddeld een 7,1. Van de andere Europese landen scoren enkel het Verenigd Koninkrijk (7,3) en Duitsland (7,2) hoger. Tevreden klanten zijn echter geen loyale klanten, dit blijkt uit de loyaliteitsscore, de Net Promotor Score (NPS), van -12,0 procent.

Persoonlijk contact is cruciaal

Nederlandse klanten die een nieuwe levensverzekering willen afsluiten zoeken via vergelijkingssites (48 procent), websites van verzekeraars (32 procent), intermediairs (42 procent) of vernemen dit via mond-op-mond reclame (30 procent). John Scholten, leider Customer Relationship Management bij Ernst & Young: "Verzekeraars kunnen klantloyaliteit en mond-op-mond reclame verbeteren door proactieve participatie op social media platforms, bijvoorbeeld met web care teams. In de ogen van de klant is persoonlijk contact van groot belang. Intermediairs spelen een belangrijke rol bij de verkoop van complexe producten zoals levensverzekeringen en pensioenen. Ook verzekeraars moeten daarin de samenwerking met de klant opzoeken. Door producten samen met de klant te evalueren of zelfs te ontwikkelen kan de verzekeraar nieuwe, succesvolle verzekeringen ontwikkelen."
79 procent van de Nederlandse respondenten geeft aan dat zij de komende vijf jaar niet van levensverzekeraar zullen veranderen. Dit hangt samen met de kwaliteit van het contact met de verzekeraar. Een goed contact met de klant, ofwel het luisteren naar de klant en zijn behoeften kennen en begrijpen vindt de klant van groot belang.

Prijs en reputatie belangrijkst in aankoopbeslissing

Bij schadeverzekeringen zijn prijs (53 procent) en reputatie (38 procent) het belangrijkst in de aankoopbeslissing. In vergelijking met andere Europese landen kijkt de Nederlandse klant minder naar financiële stabiliteit en de vertrouwenswaarde van het merk. De belangrijkste reden om te wisselen van verzekering/verzekeraar is een betere prijs (49 procent) of een beter product (26 procent). Agressieve verkoop van schadeverzekeringen werkt contraproductief. De verzekeraar kan zich hier onderscheiden door gemak en servicevoordelen in de praktijk te bewijzen, waardoor een natuurlijke koopbehoefte ontstaat.

Retentie verdient meer aandacht

Niewold: "Binnen de levensverzekeringen ervaart de Nederlandse klant (veertien procent) ten opzichte van andere Europese landen weinig inspanningen om hem als klant te behouden. Inspelen op de verschillende levensfases van de klant is hierbij van belang. Binnen de schadeverzekeringen zijn de Nederlanders ten opzichte van de andere onderzochte landen het meest loyaal." Op de vraag of men de komende vijf jaar van schadeverzekeraar gaat veranderen blijkt dat slechts twee procent van de ondervraagde personen dit van plan is. Niewold concludeert: "De snel veranderende klantverwachtingen vragen om een passende reactie van de verzekeraars om de connectie met de klant te maken en te behouden."


Een commerciële slag maken?
IPV Opleiding & Training biedt (open en incompany) trainingen aan op deelgebieden als klantgerichtheid, verkopen en communicatie. Bekijk ons volledige trainingsoverzicht op onze website.

woensdag 28 maart 2012

Mbo-opleidingen kunnen korter

Een overgrote meerderheid van de mbo-opleidingen kan verkort worden van vier naar drie jaar.

Dat concludeert het samenwerkingsverband mbo-opleidingen en bedrijfsleven, verenigd in de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).

Van de ruim 600 onderzochte opleidingen kunnen er volgens de stichting slechts 47 een vierjarige opleiding aanbieden. De rest kan terug naar drie jaar.

Aantrekkelijker
Minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs) had al aangekondigd het merendeel van de opleidingen te willen verkorten en te intensiveren, onder andere om het mbo voor meer jongeren aantrekkelijk te maken.

De minister hoopt ook hiermee de uitval te kunnen terugdringen. Ze ziet in dit onderzoek een bevestiging dat de plannen doorgezet kunnen worden.

“Onze economie heeft goed opgeleide vakmensen nodig: van directiesecretaresses tot elektrotechnici en van opticiens tot bakkers", aldus Van Bijsterveldt.

"Mbo-studenten willen intensief en uitdagend onderwijs, geen roosters van gatenkaas. Door opleidingen waar dat kan compacter te maken worden deze uitdagender en voorkomen we dat studenten afhaken."

Techniek
Het zijn met name de technische opleidingen waarvoor vier jaar vereist blijft, zoals manager havenlogistiek, luchtvaartdienstverlener en allround operationeel technicus.

Volgende week woensdag vergadert de Tweede Kamer met de minister over het middelbaar beroepsonderwijs.

Bron: nu.nl


Videogames bewezen effectief bij trainen managers

Met behulp van videogames kunnen in een veilige omgeving vaardigheden worden getraind die nodig zijn om effectief te kunnen functioneren als manager.

Er wordt wat minachtend gekeken naar videospelletjes. Echter, steeds meer leiders en wetenschappers zijn ervan overtuigd dat videogames zeer waardevol zijn bij het trainen van managers. Veel grote organisaties gaan dan ook over tot het invoeren van gamingprincipes, bijvoorbeeld voor het trainen van nieuwe medewerkers. Auteur Scott Steinberg stelt dat eelt op de duim wel eens het kenmerk kan zijn van toekomstige succesvolle leiders.

Door het spelen van games leren medewerkers omgaan met schaarse middelen en stressvolle situaties en wordt het probleemoplossend vermogen gestimuleerd. Door het spelen van games als War of Warcraft leren zelfs kinderen al hoe ze moeten delegeren, samen moeten werken en gemeenschappelijke doelen moeten nastreven.

De Federatie van Amerikaanse wetenschappers (FAS) pleit ervoor dat kinderen meer games moeten spelen, in plaats van minder. Kinderen en studenten worden zo voorbereid op de almaar meer competitieve en globaliserende markt. Het spelen van complexe games bevordert strategisch denken, probleemoplossend vermogen, analytische vaardigheden, het vermogen om plannen te formuleren en uit te voeren en het vermogen om snel te reageren op veranderende omstandigheden. Precies die eigenschappen die werkgevers zoeken in hun (toekomstige) managers, aldus het FAS.

Dr. Jeffrey Taekman, directeur van Duke University's Human Simulation is van mening dat serious games en virtuele omgevingen de toekomst zijn van het onderwijs. Studenten kunnen zo experimenteren en waardevolle vaardigheden ontwikkelen. Deze games en simulaties zijn ook nog eens schaalbaar en hoeven niet in traditionele klaslokalen verzorgd te worden. Alles kan vastgelegd worden en afgezet tegen benchmarks. Taekman is ervan overtuigd dat lesboeken verdwijnen. "Gameplatforms bieden een interactieve mogelijkheid voor studenten om te leren en informatie in een specifieke context toe te passen."

Er is wetenschappelijk bewijs dat mensen die games spelen 10% tot 20% betere cognitieve vaardigheden hebben dan mensen die geen games spelen. Na het deelnemen aan een simulatie heeft negen op de 10 deelnemende hulpverleners er meer vertrouwen in dat zij uitdagingen die ze tegenkomen in hun werk beter aankunnen.

Games bieden een veilige, stimulerende omgeving waarin medewerkers en managers kunnen experimenteren met nieuwe tactische benaderingen of voor het uitwerken van alternatieve scenario's. Kennis kan realtime worden toegepast. Learning on the job in een veilige, risicoloze omgeving. Faalkosten worden op deze wijze teruggedrongen. Het spelen van games is bovendien plezieriger dan in een klaslokaal zitten of het aanhoren van een presentatie of lezing.

Steeds meer ondernemingen, zoals bijvoorbeeld Cisco, Nortel en Hilton, laten dan ook games ontwikkelen of maken gebruik van gamingprincipes om medewerkers te trainen in klantgerichtheid, samenwerking in teams te bevorderen of om om te gaan met onverwachte omstandigheden.

Scott Steinberg besluit met een welgemeend advies aan toekomstige leiders: Besteed naast het oppoetsen van je cv aandacht aan de vaardigheid om knoppen in te drukken.

Bron: P&Oactueel